zaterdag 12 juni 2021

Van medezeggenschap naar zeggenschap

De handen ineen slaan

Veel voorspellingen over de nabije toekomst in deze coronatijd gaan uit van een groot aantal faillissementen. Het gevolg daarvan is het verdwijnen van vele banen en een snel stijgende werkloosheid. Geen leuk vooruitzicht als je in een kwetsbare onderneming werkt. Maar hoe komt het dat de onderneming zo kwetsbaar is? Dat komt door de kosten in verhouding tot de omzet. De overheid heeft de afgelopen maanden een (groot) deel van de loonkosten opgevangen met steunmaatregelen, maar deze zullen de komende periode worden afgebouwd. Ondernemingen dienen hun eigen broek weer op te houden. 

Als de (loon)kosten niet teruggebracht worden tot een omvang die nog tot enige winst leidt is het faillissement in zicht. Het gevolg is het ontslag van het voltallige personeel en verkoop van voorraden en inventaris. Dat is dan de taak van de door de rechtbank aangestelde curator. Als de onderneming een besloten vennootschap is, wordt deze opgeheven. De aandelen van de bv zijn dan niets meer waard. Het komt vaak voor dat de onderneming in een dergelijke situatie wordt overgenomen, dat noemen we dan een doorstart. Maar wie zijn dan die partijen die de onderneming overnemen?

Vaak zijn dat concurrenten die door zo’n overname hun eigen bv versterken, er komen meer klanten bij waardoor de omzet ineens sterk groeit. Hierdoor kan extra personeel aangesteld worden en dat zijn dan in de regel een (deel) van de medewerkers van de opgeheven bv. Voor menig ondernemer is dit een bekende gang van zaken. Er wordt verder niet over nagedacht want dit is zoals het gaat in de markt. 

Maar….laten we er nu eens wel over nadenken. Zo’n faillissement treft belangen van medewerkers. Die hebben vaak langdurig ervaring opgebouwd in de onderneming. Zij verliezen hun werk, relaties met collega’s en klanten en hun opgebouwde rechten. Voor medewerkers is in een faillissement geen plaats of functie. De invloed van de OR op de toekomstige eigenaren is bij een faillissement beperkt. Dat komt omdat de OR geen rechtspersoon is en niet in de maatschappij handelend kan optreden. De OR is er vooral voor de interne kant van de onderneming. De OR heeft enkel bevoegdheden die betrekking hebben op de besluitvorming van de (zittende) ondernemer. 

Maar wat als een persoon in de OR een stichting opricht of een coöperatie sticht? Dat zou bijvoorbeeld de voorzitter namens de OR kunnen doen om daarna de OR-leden als leden van de stichting of coöperatie te benoemen. Op deze manier zitten de gekozen leden van de OR in een rechtspersoon die in de maatschappij zelfstandig besluiten kan nemen en in gesprek kan gaan met de curator over een mogelijke doorstarten. Niet als OR maar als de rechtspersoon. 

Natuurlijk zijn er vele hobbels om te nemen. Een belangrijke voorwaarde is dat de onderneming rendabel kan worden gemaakt. Dat er een verdienmodel wordt gevonden dat op afzienbare termijn leidt tot voldoende omzet om in ieder geval de kosten te kunnen betalen. Hier moet vooraf over worden nagedacht en dit moet worden uitgewerkt in een (business)plan. Medewerkers moeten hun kwaliteiten kwijt kunnen in de onderneming. Banken en overheid moeten worden benaderd om mee te werken en te financieren. Zij hebben baat bij voortzetting van de onderneming, de kans op succes is dus realistisch.

Als je als OR bereid bent deze hobbels te nemen slaat het beeld wel in één keer om. De OR (in de vorm van een rechtspersoon) wordt dan een partij die zaken kan doen met de curator en ondernemers. Zo zou de OR ook aandelen kunnen overnemen tegen een overeengekomen prijs. Als een stichting of coöperatie de aandelen aankoopt is die de nieuwe eigenaar en kan de onderneming voortbestaan met (een deel van) de bestaande medewerkers. Op deze manier kan medezeggenschap zomaar zeggenschap worden.