donderdag 30 juni 2022

Motie van wantrouwen

De redactie van de vragenservice beantwoordt wekelijks vele vragen van leden. Q&A bevat een selectie van de meest recente vragen.

Vaccineren

 Beste redactie,

Door één van de commissies die is ingesteld door de ondernemingsraad is een "motie van wantrouwen" opgesteld en ingediend bij de OR. Kent de WOR in de procedures "motie van wantrouwen" of andere vormen hiervan?

Met vriendelijke groet,

De OR

Beste OR,

Dank voor je vraag!

Het korte antwoord is nee.

De taak van de OR (en van de commissies) is het leveren van een bijdrage aan het goed functioneren van de onderneming dat is het doel volgens artikel 2 lid 1 WOR. De OR doet dit door voorstellen te doen, standpunten kenbaar te maken, advies te geven en/of instemming te verlenen op ‘voorgenomen’ besluiten van het bestuur. De bestuurder moet bestuderen door besluiten te nemen. 

De OR levert dus input voor belangrijke besluiten van de bestuurder. Als de OR interne problemen heeft (tussen OR en commissies) is de uiterste consequentie dat de OR geen bijdrage kan leveren aan de besluitvorming en de bestuurder dus geen besluit kan nemen. Het is mij uit jouw vraag niet helemaal duidelijk of de motie van wantrouwen vanuit de commissie is gericht aan de OR of aan de bestuurder(s), maar in beide gevallen heb je er weinig aan. 

OR en bestuurder zijn tot elkaar 'veroordeeld' en zijn voor de WOR gelijkwaardig. Wat een OR (of commissie) kan doen, als het vertrouwen in de andere partij weg is, is zelf opstappen. Dat is zoals democratie werkt. Dan is er geen OR of commissie meer en zal er een nieuwe moeten worden gekozen. De bestuurder is immers vanuit de WOR verplicht zo'n democratische gekozen orgaan in te stellen. Opstappen voegt weinig toe en je bereikt er weinig mee.  

Wat ook kan is dat de OR of commissie geen advies geeft of geen instemming meer verleend of kan verlenen aan de bestuurder vanwege de problemen in de relatie (vertrouwensbreuk).  Door de vertrouwensbreuk lukt het simpelweg niet om tot advies of instemming te komen. Gevolg daarvan is dat de bestuurder niet verder kan met het te nemen besluit. HIerdoor ontstaat urgentie om het (vertrouwens)probleem onder ogen te zien en op te lossen. Dit is een aanpak waarmee de positie van de medezeggenschap in ieder geval meer gediend is.

De derde mogelijkheid (en wat mij betreft de enige constructieve aanpak) is het gesprek aangaan over wat er is gebeurd. Feitelijk is het opzeggen van vertrouwen een zwaktebod want wat je eigenlijk zegt is dat je geen kans meer ziet om met elkaar het gesprek te voeren over wat er mis gaat en hoe het verder moet. Je kunt het zien als een brevet van onvermogen om tot een gezonde dialoog te komen en we geven het op.

Wat hieraan ten grondslag is dat we veelal niet goed hebben geleerd om te gaan met problemen in communicatie en relaties. De manier waarop we een moeilijk gesprek moeten voeren vraagt veel van onze (menselijke) capaciteiten en vaardigheden en velen van ons zien eerder een uitweg om de handdoek in de ring te gooien dan om onder de druk van de tegengestelde belangen en bijkomende emoties op het ‘rechte pad' te blijven. Het is wel te leren. Ik gebruik hiervoor de methodiek van ‘cruciale gesprekken’ zoals die ook op de website staat  Dat kan in de vorm van een training, maar ook als adviseur gebruik ik deze methode regelmatig om te werken aan de relatie tussen OR en bestuurder en te komen tot een gezonde dialoog,

Met vriendelijke groet,

De redactie

Meest gestelde vragen