Voor iedereen die niet thuis is in de zorg: In de zorg werken verpleegkundigen met een mbo- en met een hbo-opleiding. Daar is natuurlijk verschil in en dat wilde de Beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden (V&VN) in de uitvoering van de functie herkenbaar terug zien.
Minister Bruins is gevraagd dit te regelen in een wet (BIG II). Met de nieuwe wet wilde Bruins vanwege de steeds complexere zorgvraag meer nadruk leggen op verschillende niveaus van verpleegkundigen en bijscholing stimuleren, wat resulteerde in een overgangsregeling. En toen ging het helemaal mis….
Onderscheid in functie kan natuurlijk niet alleen samenhangen met de genoten opleiding. Ook relevante werkervaring dient hier deel van uit te maken. En als een overgangsregeling voorgesteld wordt waarin bijvoorbeeld hbo-verpleegkundigen die voor 2012 hun hbo-diploma hebben gehaald of waarin mbo-verpleegkundigen met verschillende relevante vervolgopleidingen (maar helaas geen verkort hbo-v) opnieuw de schoolbanken in moeten, doe je de ervaren verpleegkundigen geen eer aan.
Dus heeft de minister het wetsvoorstel op de plank gelegd en aan Rinnooy Kan gevraagd om als verkenner een advies hierover uit te brengen. Men kan zich afvragen wat het advies anders had moeten zijn dan het intrekken van het wetsvoorstel. Want de meerderheid van de vereniging van verplegenden en verzorgenden is er niet voor. En hiermee ligt BIG II als wetsvoorstel in de prullenbak.
De vraag is of functiedifferentiatie een onderwerp is dat wettelijk vastgelegd moet worden of een zaak is tussen werkgevers en werknemers en hiermee dus tevens onderwerp voor de ondernemingsraad. Als een functie indeling verandert zal ook de organisatie bijgesteld moeten worden. En op zo’n moment komt de OR in beeld want dit orgaan moet tenminste advies geven en waarschijnlijk ook instemming.
Als OR zou ik daar maar geen drukte om maken. Het waait wel over. En een organisatieverandering om deze reden, daar zit niemand op te wachten. Minister Bruins had er ook al geen oren naar. Dus de adviseur van de minister is een doekje voor het bloeden. Daar kunnen verpleegkundigen over meepraten.
