maandag 26 augustus 2019

Vertragen

innovatieEen artikel over het boek ‘21 lessen over de 21ste eeuw’ van Yuval Noah Harari gaat  uitvoerig in op de ontwikkeling van het internet en kunstmatige intelligentie. Ik lees dat de techniek ervoor moet zorgen dat alles beter wordt dan vandaag.

De vraag die ik me hierbij stel is of het toekomstdromen zijn of beelden van de werkelijkheid. Men zet hoog in op de mogelijkheden van AI, oftewel artificiële (kunstmatige) intelligentie. Kortgezegd betekent AI dat met behulp van algoritmen de manier waarop mensen keuzes maken vastgesteld én met computers nageaapt kan worden. Vervolgens kunnen met snelle internetverbindingen apparaten aangestuurd worden.

Zo denkt men auto’s autonoom te kunnen besturen. Er worden proeven met zelfrijdende auto’s gedaan maar die zijn nog niet zo bevredigend dat ze het verkeer in kunnen. Ze moeten daarvoor ook eerst goedgekeurd worden. Een bijzonder probleem want hoe doe je dat? En ik kan maar niet uit mijn hoofd krijgen dat er onlangs twee vliegtuigen neergestort zijn met meer dan 350 doden door een fout in de software.

Een voorbeeld dichter bij huis. Onlangs wilde ik in mijn auto mijn navigatie instellen op een bepaalde stad en die bleek mijn navigatie niet te kennen. Gewoon een foutje in de software. En er worden ook nog steeds hele series auto’s teruggeroepen omdat een technisch probleem opgedoken is.

Technologie en vertragen

Ondernemers hopen met behulp van deze technologische ontwikkelingen een grote vis binnen te halen. Onder het mom van noodzakelijke innovatie wordt er razendsnel ontwikkeld om de concurrent een stap voor te blijven. Maar techniek werkt zo niet. Techniek bestaat uit het maken van vele kleine stapjes en het doen van vele tussentijdse controles. Niet alleen om de techniek kwalitatief beter te maken, maar ook om de veiligheid te borgen. Een werkwijze die past in de wereld van vakmensen en onderzoekers, maar niet in die van ondernemers en management.

De ondernemingsraad is een goed middel om interventies te plegen in dit speelveld. Hierdoor ontstaat de noodzakelijke vertraging die nu vaak achterwege blijft. Ondernemingsraden voelen zich vaak ongemakkelijk bij deze rol, terwijl ik juist de toegevoegde waarde zie van deze vertraging. De ondernemingsraad kan de bestuurder voorstellen om regelmatiger vakmensen te raadplegen. Eenvoudigweg de vraag ‘Wat zijn de gevolgen als we doorgaan, terwijl de specialist zegt dat het nog niet voldoende betrouwbaar is?’ is in mijn ogen van onschatbare waarde.